| 1820 | geboorte van Eduard Douwes Dekker op 2 maart in de
Korsjespoortsteeg te Amsterdam |
| 1838 | reis naar Nederlands-Indië op het koopvaardijschip van zijn vader (kapitein) |
| 1839 | aankomst op 4 januari te Batavia |
| 1840 | in januari benoeming tot tweede commies bij de Algemene Rekenkamer |
| 1841-1845 | schrijft aan de Losse bladen uit het dagboek van een oudeman |
| 1842 | bekeert zich tot het rooms-katholicisme vanwege zijn liefde voor Caroline Versteegh. Tot een huwelijk komt het niet. Benoeming tot Controleur tweede klasse te Natal |
| 1843 | schrijft het toneelstuk De Eerloze, later uitgegeven als De bruid daarboven (1864) |
| 1844 | in januari volgt een schorsing vanwege een kastekort in juli 1843. Vertrekt in september naar Batavia waar hij enige tijd in bittere armoede doorbrengt samen met een inlandse geliefde, Si Oepi Keteh |
| 1845 | tijdelijke aanstelling als secretaris van de assistent-resident te Krawang |  |
| 1846 | huwelijk op 10 april met Tine (Everdina Huberta baronesse van Wijnbergen). Benoeming tot commies op het residentiekantoor te Poerworedjo (Java) |
| 1848 | in oktober benoeming tot secretaris van de residentie Menado (Celebes) |
| 1851 | benoeming in oktober tot assistent-resident van Ambon.
Schrijft een lange brief aan zijn jeugdvriend, de uitgever Arie C. Kruseman |
| 1852-1855 | Europees verlof voor herstel van ziekte |
| 1854 | geboorte van zijn zoon Edu op 1 januari |
| 1856 | benoeming tot assistent-resident van Lebak (Bantam, Java).
Officieel geïnstalleerd op 21 januari. Aanklacht tegen de regent Karta Nata Negara op 24 februari. Conflict met resident Brest van Kempen. Overplaatsing naar Ngawi op 23 maart. Neemt ontslag als de gouverneur-generaal Duymaer van Twist hem niet wil ontvangen. Eervol ontslag op 4 april |
| 1857 | vertrek naar Europa, zonder vrouw en zoon. Geboorte van zijn dochter Nonnie op 1 juni |
| 1857-1860 | omzwervingen door Europa, onder meer Frankrijk, Duitsland, België en Nederland. Tine en de kinderen keren in 1859 naar Europa terug.
Ontmoeting van Tine en Douwes Dekker te Antwerpen, waarna Tine naar Den Haag vertrekt en Douwes Dekker naar Brussel. Daar schrijft hij in 1859 in het Brusselse hotelletje Au Prince Belge zijn Max Havelaar |  |
| 1860 | verschijning Max Havelaar of de koffiveilingen der
Nederlandsche Handelmaatschappij onder het pseudoniem Multatuli |
| 1861 | Publicatie van: Over vrijen arbeid in Nederlandsch Indië, Wijs mij de plaats waar ik gezaaid heb en de Minnebrieven |
| 1862 | verliest een rechtzaak die hij tegen Jacob van Lennep had aangespannen naar aanleiding van het uitblijven van een financiële verantwoording van de uitgave van de Max Havelaar. Eerste bundel Ideën |
| 1864 | Doet een felle aanval op de Nederlandse regering tijdens een internationaal koloniaal congres te Amsterdam.
Vertrekt tijdelijk met zijn geliefde, Mimi Hamminck Schepel, naar Duitsland |  |
| 1865 | verschijning tweede bundel Ideën en De zegen Gods door Waterloo |
| 1867 | Een en ander naar aanleiding van Bosscha's Pruisen en Nederland |
| 1870 | Nog eens: Vrye arbeid in Nederlandsch Indië |
| 1871 | Duizend-en-eenige hoofdstukken over specialiteiten |
| 1871-1877 | derde tot en met zevende bundel Ideën |
| 1872 | Millioenenstudiën en het toneelstuk Vorstenschool als Idee 930 in de vierde bundel Ideën |
| 1874 | Tine sterft te Venetië |  |
| 1875 | huwelijk met Mimi (Maria Hamminck Schepel); eerste opvoering Vorstenschool te Rotterdam |
| 1877 | besluit om definitief op te houden met schrijven |
| 1887 | sterft te Nieder Ingelheim op 19 februari; crematie te Gotha
op 23 februari |